Untitled Document
DIsclaimer  |  Contact    
Untitled Document
Alles over Costa Rica
Untitled Document
HomeEconomieWikipediaNederlandse AmbassadeReizenBezienswaardighedenKlimaatIn de persOpenbaar kadaster

Wikipedia

De Republiek Costa Rica (letterlijk: Rijke Kust) is een land in Centraal-Amerika, dat ligt tussen Panama en Nicaragua.


 Geschiedenis  
Voor de komst van de Europeanen lag het gebied waar nu Costa Rica ligt in de overgangszone tussen de cultureel-historische regio Meso-Amerika en die van de Andes. Voor het grootste deel stond het gebied onder invloed van de Chibcha-cultuur.

Costa Rica werd in de 16e eeuw door de Spanjaarden onderworpen. In 1821 werd het een deel van het onafhankelijke Mexicaanse Rijk, waarvan het zich 2 jaar later met andere Centraal-Amerikaanse landen afscheidde om de Verenigde Staten van Centraal-Amerika te vormen. In 1840 viel deze federatie uit elkaar. In 1899 vonden de eerste werkelijk democratische verkiezingen plaats. Sindsdien is het land twee keer door politiek geweld geplaagd, wat naar de maatstaven van de regio weinig is.

Van 1917 tot 1919 regeerde de dictator Federico Tinoco Granados en in 1948 was er een kleine burgeroorlog na een omstreden verkiezingsuitslag. Die oorlog werd gewonnen door de linkse José Figueres Ferrer, die na afloop het leger afschafte en een nieuwe grondwet opstelde. Sindsdien is Costa Rica gevrijwaard gebleven van het geweld dat veel van zijn buurlanden heeft geteisterd. Het is een van de welvarendste landen van Latijns-Amerika geworden en staat daarom ook wel bekend als ‘het Zwitserland van Centraal-Amerika'.

 Provincies  
Costa Rica is opgedeeld in zeven provincies, waarvan de gouverneurs door de president worden aangewezen.

De provincies hebben meestal dezelfde naam als hun hoofdstad en zijn opgedeeld in kantons.

De provincies zijn:

•  San José
•  Alajuela
•  Cartago
•  Heredia
•  Puntarenas
•  Guanacaste
•  Limón
 Geografie  
Costa Rica ligt op de landengte van Centraal-Amerika.

Ten westen van Costa Rica ligt de Grote Oceaan en ten oosten ligt de Caribische Zee. Ook Cocoseiland behoort tot Costa Rica. Het terrein is overwegend vlak, maar in het midden loopt een bergketen, die deel uitmaakt van de Centraal-Amerikaanse cordilleras. Het hoogste punt is de Cerro Chirripó (3810 meter) in de Cordillera de Talamanca.

In het land bevinden zich uitgestrekte nationale parken en reservaten (25% van het land is beschermd). Veel daarvan bestaan uit tropisch regenwoud. Daarnaast komen ook andere typen natuur voor in Costa Rica. De provincie Guanacaste was oorspronkelijk begroeid met droogbossen en graslanden, terwijl mangrovebossen op verschillende plaatsen langs de kust te vinden zijn.
 Steden  
De hoofdstad is San José.
Enkele plaatsen in Costa Rica zijn:
  • Alajuela (stad)

  • Cartago

  • Puntarenas

  • Liberia

  • Nicoya

  • Puerto Quepos

  • San Isidro
 Vulkanen  
Costa Rica heeft meerdere vulkanen waaronder:
  • Arenal

  • Barva

  • Irazú

  • Miravalles

  • Orosi

  • Poás

  • Rincon de la Vieja

  • Tenorio

  • Turrialba

Van deze vulkanen zijn de Arenal, Rincon de la Vieja en de Turrialba nog actief. Sinds januari 2010 is de Turrialba weer actief geworden en spuwt gassen en fijn stof uit.
 Fauna  
De dierenwereld van Costa Rica is zeer rijk en bevat zowel Noord-Amerikaanse, Zuid-Amerikaanse als typisch Centraal-Amerikaanse componenten. Tot de eerste groep zijn bijvoorbeeld de wasbeer en de prairiewolf te rekenen, onder andere de apen en de miereneters behoren tot de tweede groep en ten slotte maken onder meer de quetzal en de aardbeigifkikker deel uit van de derde groep.

De meeste landdiersoorten leven in de regenwouden, terwijl koraalriffen de grootste soortenrijkdom hebben van de mariene biotopen. In totaal leven er in Costa Rica duizenden soorten ongewervelde dieren, circa 150 soorten amfibieën, ongeveer 215 reptielensoorten, rond de 865 soorten vogels (10% van het totale aantal vogels en meer soorten dan in heel Noord-Amerika!) waarvan 75 roofvogelsoorten en meer dan 240 zoogdiersoorten.
 Flora  
Flora
In Costa Rica komen ruim 12.000 verschillende planten soorten voor. Elke hoogtetrap van het land heeft zijn eigen ecosystemen, planten en dieren. Van 0 tot 500 meter boven zeeniveau is dat het tropisch regenwoud, van 500 tot 1500 meter het tropisch bergbos en van 1500 tot 3000 meter het nevelwoud. Daarboven, op de hoogste delen van het land, ligt de páramo. Voorwaarde voor het ontstaan van regenwouden in een jaarlijke neerslag van minimaal 2000 mm. Bij minder neerslag ontstaan droogbossen en savannes.


Mangrovebossen
Mangrovebossen zijn uitsluitend in brakwatergebieden te vinden waar getijden werkzaam zijn, zoals rivierdelta's en langs de kust, en ze worden daarom ook wel getijdenbossen genoemd. Door de getijden worden deze gebieden regelmatig overspoeld en is de grond zout. Mangrovebossen kunnen zich overal vestigen langs lage en vlakke tropische kusten met zoute slikgronden, warm zeewater en een niet te sterke golfslag. In de mangrovebossen komt een grote variatie in plantensoorten voor. De echte mangrovebomen behoren tot een zestiental families met in totaal meer dan vijftig soorten, waarvan de rode mangroveboom (Rhizophora mangle) in Costa Rica één van de algemeenste soorten is. Andere mangrovesoorten in Costa Rica zijn de witte mangrove (Laguncularia racemosa), de zwarte mangrove (Avicennia germinans) en de buttonwood (Conocarpus erectus). In vergelijking met de bomen in het gewone tropische regenwoud worden mangrovebossen nooit echt hoog. De stammen van de mangrovebomen blijven tamelijk dun. De bomen staan min of meer op stelten door de vele luchtwortels die zich uiteindelijk in de bodem boren. Met hun uitgebreide wortelstelsel remmen mangrovebomen de erosie in het kustgebied. Deze bomen kunnen zoutophoping tegengaan en daarom kunnen ze in tegenstelling tot de meeste planten in door zeewater overspoelde gebieden groeien. Rondom mangrovebossen bevinden zich op verschillende plekken zoutmoerassen, die gedomineerd worden door Acrostichum-varens en riet.

Stranden
Er zijn enkele verschillen tussen de zee aan de Caribische (Atlantische) en de Pacifische zijde van Costa Rica. De Caribische Zee heeft een relatief hoog zoutgehalte, een beperkt niveauverschil tussen eb en vloed (ongeveer 0,6 meter) en het grootste deel van het jaar een goede helderheid met uitstekend zicht onder water door een beperkte hoeveelheid opgeloste deeltjes. Het zoutgehalte van de Grote Oceaan is lager en het water is warmer in vergelijking met de Caribische Zee. Ook het niveauverschil tussen eb en vloed is met ongeveer 3,6 meter groter aan de Pacifische zijde. De Caribische en Pacifische strandvegetatie bestaat voornamelijk uit grassen zoals baardgras (Andropogon littoralis), struiken zoals de ikakopruim (Chrysobalanus icaco) en enkele boomsoorten, waaronder de manzanilla (Hippomane mancinella), de tropische amandelboom (Terminalia catappa) en de kokospalm (Cocos nucifera). In de Caribische kustgebieden is ook de stranddruif (Coccoloba uvifera) een algemene plant.

Vloedbossen
De wortels van vloedbossen staan een deel van het jaar onder water. In de regentijd treden de rivieren buiten hun oevers, voor zover er van oevers gesproken kan worden aangezien niet duidelijk is waar die precies liggen. De rivier bestaat uit een wirwar van waterlopen, die in de drogere maanden beter te herkennen zijn dan in de regentijd, wanneer het waterniveau metershoog is en de wouden tot hoog tegen de stammen blank staan. Een karakteristieke boomsoort in de vloedbossen is de waterpalm of yolillo (Raphia taedigera). De bossen direct langs de rivieroevers worden wel aangeduid als galerijwouden. Algemene soorten in deze bossen zijn de regenboom (Albizia saman), de spiny cedar (Bombacopsis quinatum) en de Panamese stinkboom (Sterculia apetala).

Terra firma-regenwouden
Met de Braziliaanse term ‘terra firma', wat staat voor ‘(bossen op) stevige grond', worden de regenwouden bedoeld die groeien op grond die zo hoog ligt dat het ook in de regentijd droog blijft. In de terra firma-regenwouden wordt de hoogste concentratie van soorten planten en dieren op aarde gevonden. Vanuit het perspectief van de wandelaar kan het regenwoud in etages worden verdeeld. De bovenste verdieping is 45 tot 60 meter boven de bodem en bestaat uit de dichte kruinen van de woudreuzen die een doorsnede van wel 30 meter kunnen hebben. De hoogste bomen van het woud zijn de woudreuzen die met een lengte van soms wel 60 meter hoog boven het dichte bladerdak uitsteken. De klimatologische omstandigheden boven het bladerdak verschillen sterk van die op de bodem. In feite heerst rond de kruinen van de hoogste bomen een woestijnklimaat: de zon schijnt ongehinderd op de bladeren, de luchtvochtigheid is er laag en het waait er vaak stevig. Deze combinatie leidt gemakkelijk tot uitdroging en woudreuzen beschikken over speciale aanpassingen om deze omstandigheden te kunnen weerstaan. De benodigde steun gezien de grote hoogte en de blootstelling aan de wind verkrijgen de woudreuzen door plank- of steltwortels. De kroonlaag van de 30 tot 50 meter hoge bomen vormt het voor een regenwoud kenmerkende dichte bladerdak. Dit bladerdak profiteert het meest van regen en zonlicht en tegelijk sluit het de onderliggende etages zodanig af dat er een soort broeikas ontstaat met een enorme luchtvochtigheidsgraad. De middelste etage is gereserveerd voor bomen met een gemiddelde hoogte tot 30 meter en hun onschadelijke gasten; bromelia's, varens en orchideeën groeien op de stammen en takken. Op de onderste etage zijn de leefomstandigheden het moeilijkst. Hier dringen zonlicht en regen maar spaarzaam door en is de begroeiing minder dicht en uitbundig dan over het algemeen gedacht wordt. De struik- en kruidlaag is wel zeer dicht op plaatsen waar gaten zijn gevallen in het bladerdak door het omvallen van woudreuzen. Verschillende palmsoorten groeien in de laaglandregenwouden, waaronder de Amerikaanse oliepalm (Elaeis oleifera), de coyol (Acrocomia vinifera), perzikpalm (Bactris gasipaes), de sombreropalm (Carludovica palmata) en de koningspalm (Attalea rostrata). Andere bomen in de terra firma-regenwouden zijn de koningsceder (Cedrela fissilis), de olieboom (Pentaclethra macroloba), de Panamese rubberboom (Castilla elastica), de sapodilla (Manilkara chicle), waarvan het melksap de basis is van natuurlijke kauwgom, de rode tempelboom (Plumeria rubra), de limoenes (Zanthoxylum tagara), de bully tree (Hieronyma alchorneoides), de crabwood (Carapa guianensis), de sandbox tree (Hura crepitans) en de butternut tree (Caryocar costaricense).

Bergbossen
De overgang tussen de terra firma-regenwouden en de nevelwouden verloopt op veel plaatsen vloeiend met een geleidelijke aanpassing van de flora en fauna. Deze bergbossen zijn te verdelen in drie niveaus. Het eerste niveau loopt tot 1200 meter hoogte met als karakteristieke vegetatie onder meer de knoflookboom (Cordia alliodora), de witte gomboom (Bursera simaruba) en de zwarte ceder (Cedrela tonduzii). Het tweede niveau is te vinden van 1200 tot 1400 meter hoogte. Hier groeien onder andere de witte cypres (Podocarpus macrostachyus) en de Amerikaanse conifeer (Podocarpus oleifolius). Het derde niveau ligt vanaf 1400 meter hoogte en dit deel van het bergbos vertoont sterke overeenkomsten met de nevelwouden wat betreft vegetatie met onder meer epifyten van het genus Tillandsia. Andere planten op dit niveau zijn de schoenmakersboom of nance (Byrsonima crassifolia), de grote copey (Clusia major), de Midden-Amerikaanse magnolia (Magnolia poasana), vijgenbomen (Ficus ssp.) en bromelia's (Aechmea ssp.). Op sommige plaatsen echter domineren naaldbossen en eikenbossen de overgang tussen de terra firma-regenwouden en de nevelwouden. Coniferen, dennen uit het genus Pinus en eikenbomen uit het genus Quercus, zoals Q. oleoides en Q. costaricensis die tot 50 meter hoog kunnen worden, overheersen in deze bossen. Naast deze bomen vindt men er ook tropische bamboes in de ondergroei.

Nevelwouden
Nevelwouden bedekken de hellingen, heuvels en bergen van de centrale bergketens, vanaf ongeveer 1500 meter boven de zeespiegel. De grens tussen de bostypen is vloeiend en de indeling hangt af van lokale invloeden en de gebruikte criteria. In het nevelwoud is het niet alleen vochtig door de grote hoeveelheid regen die er valt, maar vooral ook door het vocht uit de warme opstijgende lucht dat op grotere hoogte tot waterdamp condenseert. De nevelwouden liggen in de gematigde klimaatzone en ze zijn vaak permanent in wolken gehuld. Mistflarden omhullen de bomen en bevochtigen de mossen, korstmossen en vele andere planten die van de boomtakken omlaaghangen. Door de hoge luchtvochtigheid is de flora in de nevelwouden erg uitbundig en gevarieerd. In tegenstelling tot het regenwoud is de onderste etage dichtbegroeid en zijn de bomen minder hoog. Rond de 2500 meter hoogte worden de bomen nog maximaal 25 meter hoog. Onder meer de copal (Protium copal) en de witte zapote (Casimiroa edulis) groeien in de nevelwouden. Opvallend zijn de talrijke soorten epifyten of gastplanten, varens en mossen. Eén van de opmerkelijkste kruidachtige planten is de sombrilla de pobre (Gunnera insignis), de ‘paraplu van de armen'. Een bijzonder type nevelwoud is het dwergbos of elfin forest, waarvan de flora bestaat uit kleine gedrongen bomen zoals dwergcypressen en dwergceders. Bromelia's en andere epifyten zijn ook in dit type nevelwoud erg algemeen.

Páramo
Boven de boomgrens, die op ongeveer 2800 tot 3000 meter hoogte begint, ligt de páramo of andieneweide. De zogenoemde subpáramo vormt de overgang tussen de lager gelegen bosgebieden en de daadwerkelijk páramo en dit gebied wordt gedomineerd door de dwergbamboesoort Chusquea subtessellata en struikgewas tot maximaal 3 meter hoog. Op de páramo zelf is – met uitzondering van lage struiken, grassen en mossen – zo goed als geen begroeiing. Zie ook: Talamanca-páramo.

Droogbossen en savannes
In de drogere delen van Costa Rica is er een duidelijk onderscheid tussen het droogseizoen en het regenseizoen. Dit heeft grote gevolgen voor de lokale flora. Niet de altijd groene regenwouden overheersen in deze gebieden, maar regengroene bossen en grasvlakten. Vegetatie uit de droogbossen omvat de wilde katoenplant (Cochlospermum vitifolium), de guanacaste of olifantsoorboom (Enterolobium cyclocarpum), de bullhornacacia (Acacia cornigera), de rosewood (Dalbergia retusa), de Pacifische mahonieboom (Swietenia humilis), de gele mombinpruimboom (Spondias mombin), de zwarte laurier (Cordia gerascanthum), de granadillo (Platymiscium pinnatum), de bergtamarinde (Lysiloma divaricatum) en de bastaardceder (Guazuma ulmifolia). Grassen zoals het jaraguagras (Hyparrhenia rufa) domineren op de savannes. De savanne-eik (Tabebuia rosea) kan tot 30 meter hoog worden en is één van de prominentste bomen op de savannes. Andere plantensoorten van de savannes zijn de Mexicaanse kalebasboom (Crescentia alata), de honderdjarige agave (Agave americana), de reuzenyucca (Yucca elephantipes), cactussoorten uit het genus Cereus en grote struiken als de divi-divi of nacascol (Caesalpinia coriaria) en de mesquite (Prosopis juliflora).

Open zoetwatermoerassen
De open zoetwatermoerassen bestaan uit langzaam stromende rivierlopen met omliggend gebied. Het verval in de rivierlopen is zo gering, dat de stroming vaak niet waar te nemen is. Juist het feit dat het water langzaam stroomt is van groot belang, want het dient vooral in de droge tijd als spaarbekken. De waterlelievlaktes en de rietgrasgebieden, ook wel aangeduid als carrizal, zijn de belangrijkste typen open moerassen. Verschillende soorten waterlelies (genus Nymphaea) en waterhyacinten (Eichhornia crassipes) bedekken de wateren van de waterlelievlaktes. In de vochtige laaglanden van Costa Rica groeien meren snel dicht vanaf de oevers, waarbij uiteindelijk een waterlelievlakte ontstaat. Er is in Costa Rica dan ook slechts een aantal grote meren met permanent open water. Meren in berggebieden of in vulkaankraters hebben vaak wel stukken permanent open water. In de rietgrasgebieden, grotendeels bedekt met riet en verwante soorten als de grote lisdodde (Typha latifola), liggen her en der verspreid beboste stukken met onder de grootbladmahonieboom (Swietenia macrophylla) en de alligatorappelboom (Anonna glabra), en lagere begroeiing, die onder andere uit varens bestaat.

Isla del Coco
De flora van Isla del Coco in de Grote Oceaan verschilt enigszins van de flora van het vasteland en de eilanden nabij de kust. Laaglandregenwoud is ook op Isla del Coco de oorspronkelijke vegetatie. Tot de algemeenste flora behoren de kokospalm (Cocos nucifera), de paarse koraalboom (Erythrina fusca) en boomvarens als Cyathea armata en Danaea media. Ook groeien er enkele endemische plantensoorten op Isla del Coco. Costa Rica heeft een lange democratische traditie, in tegenstelling tot veel andere Centraal-Amerikaanse landen, die gedurende lange tijd bananenrepublieken geweest zijn. Er hebben geen grootschalige geweldsuitbarstingen plaatsgevonden sinds een kleine burgeroorlog in de jaren '40. In 1949 schafte president José Figueres Ferrer het leger af, waardoor Costa Rica een van de weinige landen zonder leger is. Costa Rica is een democratische republiek. Aan het hoofd staat een president, die voor vier jaar gekozen wordt. Sinds 2008 is de president Laura Chinchilla, de eerste vrouwelijke president van het land. Costa Rica heeft twee vicepresidenten. Het land kent een eenkamerstelsel. Het parlement, de wetgevende vergadering, bestaat uit 57 leden.

Bron: Wikipedia

 



Regenwoud in Nationaal park Braulio Carrillo



Kustbos in Nationaal park Cahuita



Vloedbossen in Tortuguero



De páramo



De nevelwouden van Monteverde



Droogbossen in Guanacaste



Isla del Coco

Untitled Document









Copyright 2010 Alles over Costa Rica | Design & Webdevelopment by Webart Creations